Mañana, Mañana #6

We gingen naar de Hortus. Ik had vuistgrote vlinders verwacht en bloemen die hun muilen dichtklapten als het touwtje van mijn jas te dichtbij zou komen, maar het mooiste vond ik de oude schoolposters over bijenfamilies, de oude vrouw in de vlinderkas die alleen de airconditioning fotografeerde en de oude Orangerie. Hoge ramen in smalle kozijnen en overal glas waar de regen op kon tikken en de nacht op kon vallen.

Ik was met een vriendin die ik al mijn hele leven ken. Jaren geleden speelden we samen met de takken in de tuin van haar ouders of in de aangeveegde tuin van de mijne. Voor we weer vertrokken wilden we een biertje, maar binnen oefende een jazzband. Zo hard dat zelfs de harde stem van mijn vriendin er bijna niet bovenuit kwam.

Ze schreeuwde dat het goed ging op haar werk.

‘En hoe is het met je boek?’

‘Goed hoor!’ riep ik terug.

‘Weet je al hoe het afloopt?’

‘Nee, nog steeds niet! 

We grijnsden naar elkaar, ik dronk mijn glas leeg en bestelde er nog een. Het was nog twee dagen rijden voor ik thuis was.