Mañana, Mañana #3

‘Ik hoorde dat je schrijver bent?’

‘Alleen Nederlands,’ antwoordde ik.

De schilder uit de werkplaats waar ik sinds vorige week zit, zweette een beetje en keek geïnteresseerd. Als het schrijven goed gaat, gaat praten ook goed. Als het slecht gaat, heb ik eigenlijk niets te zeggen.

Ik voelde dat ik rood werd. De barman zette Braziliaanse muziek op. De komende twee weken wordt het in Madrid nog 29 graden. 

‘En waarom ben je naar Madrid gekomen?’ ging hij door. Hij leunde op de bar en stak zijn zonnebril in het borstzakje van zijn geruite blouse.

‘Voor mijn vriend,’ zei ik.

‘Niet voor een verhaal? Sommige schrijvers verhuizen voor een verhaal,’ hij bleef me aankijken.

‘Nou ja, een andere omgeving is altijd goed,’ mompelde ik.

Gister las ik een interview met een Amerikaanse schrijfster die naar Italië verhuisde omdat ze te succesvol werd en daar alleen nog maar in het Italiaans schreef.

‘Thuis is een plek waar je beschermd en uitgedaagd wordt,’ zei ze.

Ik lag op de bank en mijn vriend leerde aan de eettafel Nederlandse woorden.

Hij vroeg me wat ‘sla’ betekende en ik zei zonder op te kijken: ‘Wat denk je zelf dat het is?’

Een seconde later kreeg ik zijn lesboek naar mijn hoofd. Op de voorkant stond een stuk kaas.