Mañana, Mañana #1

Rufino zou ons het appartement laten zien. ‘Rufino met zijn pepino,’ zei Gonzalo. Hij had aan de telefoon een goed gevoel bij hem. ‘Zoals bij die oude man aan wie ik laatst mijn vulpen heb verkocht.’ Gonzalo heeft bij sommige mensen in een paar seconden een onverklaarbaar gevoel van totale ontspanning.

Ik had na de Spaanse les met een Frans meisje witte wijn gedronken. We zaten op een klein plein op een terras van een bar die alleen op extreem warme dagen open gaat, op twee minuten loopafstand van het lege appartement. Ik vroeg Marie-Anne naar haar tangolessen, maar dacht aan de foto’s op internet. Visgraat parket en grote ramen. Visgraat parket en grote ramen. Om half negen hadden we de afspraak. 

Toen de klokken van de kerk om de hoek luidden, sloegen Gonzalo en ik hand in hand de kleine straat in die schuin naar beneden liep. Ik voelde me licht in mijn hoofd door de wijn.

Rufino stond met zijn alpinopet op voor een donkergroene deur op ons te wachten en keek op zijn horloge.

‘Prachtig,’ zei hij.

Hij liet ons voor gaan in de lift en vroeg ons wat voor werk we deden.

Bij Gonzalo knikte hij goedkeurend. Toen ik zei dat ik aan een boek schreef, lachte hij hard.

‘Dat zullen we maar snel vergeten!’ riep hij uit.